Hoe zou je je praktijk willen omschrijven en welk medium gebruik je graag?

Ik zou mijn praktijk willen omschrijven als een grote verzameling; dat doe ik graag verzamelen. Ik maak foto’s van wat ik zie of tegenkom, of neem het mee als het kleine dingen zijn. Die foto’s bewerk ik door ze letterlijk in een doosje te doen. Daar komt beweging bij kijken, dat is performance, maar het is ook een beweegbare collage. Ik plak ze nooit vast, dus er is nog bewegingsruimte die ik gebruik om te blijven bewegen. Dat is waar ik me nu op focus. Ik gebruik ook andere materialen en disciplines: performance kan een film worden, tekst en beeld een boekje. Het conceptuele neemt ook meer toe in mijn werk, bijvoorbeeld met thema’s zoals thuis: wat is dat? Het gaat om verzamelen, bewegen, tekenen, en dat weer laten zien.

Was er een speciaal moment waardoor je wist dat je kunstenaar wilde worden?

Er was niet echt een duidelijk moment. Als kind heb ik altijd erg gehouden van tekenen, plakken en knippen. Dat was op de middelbare school nog steeds zo. Daarna heb ik de vooropleiding van St. Joost Breda gevolgd, en vervolgens ben ik naar de kunstacademie gegaan. Ik kreeg daar filosofie en kunstgeschiedenis, en zo leerde ik de performancekunst kennen. Het was voor mij een openbaring dat dit ook kan. Ik was vooral geïntrigeerd door het werk van Joseph Beuys; hij is nog steeds een voorbeeld voor mij hoe hij met simpele middelen kunstwerken kan maken die ook ergens over gaan. Niet lang daarna heb ik tijdens mijn studie zelf kleine performatieve elementen aan mijn werk toegevoegd, wat daarna niet meer is gestopt. Nu doe ik dat vooral in combinatie met de objecten die ik maak. Het ging heel geleidelijk denk ik zelf.

Waarom is deelname aan Inversie een goed moment voor jou?

Ik ben twee jaar geleden afgestudeerd aan de master Art & Society, wat een heel theoretische master is. Ik ben wel werk blijven maken, vooral klein werk zoals het project ‘Willemijn Kijkt’; dat zijn werkjes die ik opstuur naar abonnees. Het is voor mij een belangrijk ding om voort te blijven zetten. Daar begon ik al mee op de academie als conceptueel werk om contact te leggen, maar ook omdat het spannend was om te doen. Dit jaar wilde ik dit project laten zien, en heb ik twee andere kunstenaars uitgenodigd om met mij een tentoonstelling te maken. In deze periode melde ik mij ook aan bij Inversie; één van de kunstenaars was Renée Bus die eerder had deelgenomen was heel enthousiast over het programma. Dat viel samen met mijn conclusie om door te gaan met het naar buiten treden en gevolg te geven aan de wens om mijn werk meer te verdiepen. ‘Willemijn Kijkt’ heeft zorgt ervoor dat ik blijf kijken, maar ik ben eraan toe om minder schetsmatig te werken. Een statement klinkt groot, maar ik wil dat mijn werk op zichzelf kan staan en geen serie nodig heeft.

Waarom is deelname aan Inversie een goed moment voor jou?
Waarom is deelname aan Inversie een goed moment voor jou?

Wat is er in jouw praktijk wel van belang, maar iets wat je minder graag doet?

Datgene waar ik mezelf in wil verbeteren is mijn werk laten zien aan de buitenwereld, en dat is best breed. Zo is schrijven over mijn werk soms een drempel. Ook om naar openingen te gaan en mensen aan te spreken. Caspar Herselman, van Galerie Ruby Soho die onze coach is voor ondernemen, geeft ons daar tips voor want eigenlijk is het niet zo heel ingewikkeld. Het gaat over promotie zoals het hebben van een website en posten op social media. Ik heb er ook geen hekel aan, het is ook leuk om het over je werk te hebben en met anderen te spreken, maar het is wel een drempel om de eerste stap te zetten.

Wat doe je het liefste, als je mag kiezen en nergens rekening mee hoeft te houden. Waar kunnen we je dan aantreffen?

In mijn atelier en dan met knippen en plakken. De laatste paar weken was ik bij Kunstpodium T vanwege onze werkperiode van Inversie. Het kwam voor dat ik daar alleen was, en zo merkte ik dat het ook fijn is om een plek voor jezelf te hebben in een nieuwe omgeving. Dat is wel iets heel anders dan mijn eigen atelier dat klein is en donker, het doet wat het moet doen, maar dit was wel heel prettig. En verder ga ik graag naar musea om daar rond te dwalen, te wandelen, te bekijken en verwonderd te raken over het werk van anderen; bij voorkeur in Stedelijk Museum Schiedam of Melly in Rotterdam.

Wat doe je het liefste, als je mag kiezen en nergens rekening mee hoeft te houden. Waar kunnen we je dan aantreffen?
Wat doe je het liefste, als je mag kiezen en nergens rekening mee hoeft te houden. Waar kunnen we je dan aantreffen?

Je organiseert bij Pictura in Dordrecht ook tentoonstellingen. Kun je daar iets meer over vertellen?

Ik zit in de tentoonstellingscommissie en beoordeel samen met andere kunstenaars aanvragen voor tentoonstellingen. We werken veel samen bij het organiseren, en we houden ons ook bezig met meer praktische zaken zoals het verbeteren van de Open Call en alles wat het programma beter kan maken. Onlangs heb ik gewerkt aan een tentoonstelling van Evelien de Jong, de winnaar van de Salonprijs. Eens in de twee jaar mogen alle leden van Pictura werk insturen en daarmee maken we een grote tentoonstelling waaruit een kunstenaar wordt gekozen. Op dit moment werk ik samen met Jan Willem van Welzenis aan een grote tentoonstelling met videokunst. Ook leuk om te noemen is dat ik dit jaar coördinator ben voor het educatieve programma van Stichting SOC bij Pictura. Ik mag hiervoor workshops verzinnen en bezoeken organiseren van basisscholen aan onze tentoonstellingen. Daar krijg ik wel energie van.

Waar ben je op dit moment mee bezig? 

Tijdens de werkperiode in Kunstpodium T heb ik en nieuw werk gemaakt - het heeft nog geen naam of titel – wat voortkomt uit beeldmateriaal dat ik het verzameld van én in Tilburg. Maar daarvoor was ik bezig met monumenten, en dan vooral in de Balkan waar ik eerder een aantal landen heb bezocht. Daar zijn veel oorlogsmonumenten in de vorm van grote abstracte beelden. Ik ben hiermee begonnen door het maken van fotocollages, en ik denk dat er meer uit te halen is. Misschien maak ik zelf een monument, dat weet ik nog niet; wel dat het beweegbaar zal zijn en dat ik dat wil gaan uitzoeken.

Waar ben je op dit moment mee bezig? 
Waar ben je op dit moment mee bezig? 

Wat zijn je plannen voor de verre toekomst of nabije toekomst?

Ik zou heel graag naar een Artist in Residence willen gaan om wat ik ben gestart bij Inversie door te zetten. En ik ga ook meer inschrijven op andere Open Calls om mezelf als kunstenaar te laten zien. Voor de verre toekomst lijkt het me ook leuk om een eigen plek te hebben. Ik vind het bij Pictura mooi om kunstenaars een podium te bieden, en daar wordt ik – langzaam - steeds beter in. Ik werk nu ook als kok, dus een eigen plek waar ik gastvrij kan zijn voor kunstenaars, en voor ze kan koken, is iets waar ik wat mee wil doen. Dat is wel een droom van mij om zo een open houding aan te kunnen nemen.

Mentor Paul Segers over Esther

Esther is rustig en observerend, ze weegt haar woorden en denkt na voordat ze spreekt of antwoordt. In haar multimediale aanpak houdt ze ervan om dingen niet te fixeren, zowel letterlijk in haar collages als figuurlijk. Dingen moeten niet vaststaan, er is geen zekerheid of waarheid te claimen. We spreken over haar aanpak en hoe je daarbinnen je rode draad blijft volgen. We stellen de voor de hand liggende vragen, en de vragen achter de vragen, om tot een betere definitie te komen van wat het is dat ze doet en wil vertellen. Esther is scherp en opmerkzaam en neemt ook zelf het initiatief, een eigenschap die ik erg kan waarderen. Vanuit mijn eigen multimediale aanpak begrijp ik de uitdagingen goed waar zij voor komt te staan, en zo proberen we via onze gesprekken tot nieuwe inzichten en werkwijzen te komen.

Tekst: Esther van Rosmalen
Beeld: Marcel de Buck

Mentor Paul Segers over Esther
Mentor Paul Segers over Esther